Hoe ik in 1 jaar mijn inkomsten met 500% verhoogde

tristan hofman

Hoe ik in 1 jaar mijn inkomsten met 500% verhoogde

Door Tristan Hofman

Ongeveer 1 jaar geleden waren mijn inkomsten eigenlijk nog te laag om full-time te kunnen freelancen. Het leek erop dat ik na het afronden van mijn master een (bij)baan zou moeten zoeken om daar een financiële basis mee te creëren.

Van dat idee werd ik niet gelukkig. Ik had mijn passie gevonden, en wilde daar mijn tijd en energie in steken.

Het werd me duidelijk dat ik in actie moest komen.

Om ervoor te zorgen dat ik wél kon blijven freelancen en mijn missie en visie blijven najagen heb ik het afgelopen jaar twee dingen gedaan:

    • Meer fysiek netwerken
    • Consistent content creëren en delen

De combinatie van deze twee inspanningen heeft er voor gezorgd dat mijn maandelijkse inkomsten met meer dan 500% zijn gestegen ten opzichte van een jaar terug.

Nou kun je natuurlijk zeggen: ‘van 1 euro naar 5 euro gaan is ook een stijging van 500%, dus dat betekent niks’ en dat is in de basis uiteraard waar. Gelukkig waren mijn inkomsten niet zó laag.

Zonder concrete getallen prijs te geven kan ik zeggen dat mijn inkomsten van ‘eigenlijk te krap’ naar ‘dit is dikke prima’ zijn gegaan. Met andere woorden: Het is nu op een niveau waarvan ik er van kan leven en sparen.

Maar wat was mijn insteek toen ik begon? Welke lessen heb ik geleerd nu ik terugkijk op het afgelopen jaar? Hoe kun jij hetzelfde doen (in kortere tijd)? En wat is mijn plan voor de volgende fase?

Het Plan

Ik wist dat ik me meer bezig zou moeten houden met mijn personal branding als ik meer klussen binnen wilde halen. Om dit doordacht aan te pakken stelde ik mezelf grofweg twee vragen:

    • Welk soort content gaat mij het best af? (video, audio, of tekst)
    • Waar zitten voor mij de meeste waardevolle leads? (instagram, tiktok, linkedin, youtube, etc.)

Het antwoord op de eerste vraag was mij redelijk snel duidelijk: ik hou van schrijven. Het forceert me om mijn vaak chaotische gedachten te ordenen, en als ik mezelf genoeg tijd geef lukt het me soms ook nog om wat zinnigs op papier te zetten 😝.

Hoewel er op den duur ook ruimte komt voor andere soorten content leek een focus op schrijven mij een goede eerste zet. Zo voorkom ik dat ik mijn aandacht bij aanvang al te veel verdun.

Het antwoord op de tweede vraag was ook helder: LinkedIn. Mijn opdrachtgevers zijn veelal Projectleiders, Programma-managers, HR medewerkers, en Ondernemers: Bij uitstek mensen die je veel op LinkedIn zult vinden.

Gewapend met die kennis ben ik aan de slag gegaan.

Het Resultaat

De afgelopen 12 maanden heb ik ±50 bijdragen gedeeld op LinkedIn. Een deel hiervan was LinkedIn-typische content als ‘kijk waar ik ben’, ‘dit heb ik gedaan’, of ‘deze klus was vet’, maar het meerendeel was content waar ik wel even voor ben gaan zitten.

Met deze 50 posts heb ik >100.000 weergaven gegenereerd, en van de ‘best performers’ heb ik een aantal screenshots bijgevoegd.

Hoewel bereik weinig hoeft te zeggen (een post die 10 mensen zien waar je 2 klussen uit haalt is effectiever dan een post die 100.000 mensen zien waar je 0 klussen uit haalt) denk ik dat het verhelderend kan zijn om te laten zien in welke orde van grootte mijn content impressies heeft weten te genereren, en welke bijdrage verschillende individuele posts hebben gemaakt aan het totaal.

Nummer 1: 27.614 Weergaven – Hoe ik mijn Alopecia als marketing-tool ben gaan inzetten

Nummer 2: 19.757 Weergaven – Omgaan met spanning voordat je een podium op moet

Nummer 3: 9.168 Weergaven – Discussie aanwakkeren over onduidelijkheid in terminologie waar ik tegenaan liep

Nummer 4: 8.331 Weergaven – Mijn perceptie over het verschil tussen les geven aan MBO’ers en WO’ers

Nummer 5: 5.900 Weergaven – Hemofilie gebruiken als brandstof voor fysieke prestatie

Nummer 6: 4.415 Weergaven – De strijd die ik ervoer met brede interesses hebben maar wel moeten specialiseren

Nummer 7: 4.282 Weergaven – Post over mijn ervaring met de dualiteit van persoonlijke ontwikkeling

De Lessen

Terugkijkend op de content die ik heb gemaakt en de feedback die ik er op kreeg/krijg zie ik dat de inhoud van mijn posts eigenlijk twee belangrijke vragen helpt beantwoorden voor potentiële opdrachtgevers:

    1. Wat ik doe
    2. Wie ik ben

De wat meer standaard LinkedIn posts dienden het doel om mensen er van bewust te maken waar ze me uberhaubt voor kunnen inhuren: welke dienst lever ik? Met deze content probeer ik eigenlijk de link tussen mij en mijn dienst zo sterk mogelijk te maken zodat ik ‘top of mind’ blijf wanneer mensen in een situatie komen dat ze mijn dienst nodig hebben.

Voorbeelden zijn posts waar ik een groepsfoto deel van een pitch-training, een mooie shot van mij op het podium als dagvoorzitter, of een post waarin ik tips en tricks geef over presenteren en effectief spreken. Allemaal posts die de link tussen Tristan, Pitchen & Presenteren en Dagvoorzitterschap duidelijk maken, zodat mensen mij benaderen wanneer ze op zoek zijn naar die diensten.

Voor de beeldvorming: deze posts krijgen bij mij vaak rond de 1.500 weergaven.

Door enkel deze content te maken kun je de kans al sterk vergroten dat je een prima boterham kunt verdienen met wat je doet. Je zorgt er voor dat je top of mind blijft voor jouw dienst, en zal daarmee vaker klussen je kant op zien komen.

Dit kan deels verklaard worden door de availability bias. Dit stelt dat mensen het belang (of in dit geval de geschiktheid) van een concept (in dit geval jouw dienst) hoger inschatten wanneer het makkelijker voor ze is om het zich voor de geest te halen.

Maar als je met alleen zulke posts al je nodige inkomsten kunt binnenhalen, waarom zou je dan meer doen dan dat? Waarom zou je de tweede vraag ook nog willen beantwoorden?

Dat heeft mijns inziens alles te maken met het vertrouwen dat mensen willen ervaren bij iemand de ze inhuren om een bepaalde dienst te leveren. In mijn geval willen mijn klanten er op vertrouwen dat het goed komt als ze mij op het podium of voor een groep zetten. Ze willen erop vertrouwen dat de groep die ik een workshop geef naar huis gaat met het idee dat ze iets opgestoken hebben. Of dat het publiek dat in de zaal zit een vermakelijke show krijgt wanneer ik de dagvoorzitter ben.

Voor een deel bouw je dat vertrouwen met je de ‘social proof’ die aanwezig is in de typische linkedin content.

Maar ik denk dat je dat gevoel van vertrouwen vele malen kunt vergroten wanneer je je ook richt op het maken van content die laat zien wie jij bent.

Niet alleen kreeg (en krijg) ik dat ontzettend vaak terug van klanten, maar ook in de posts hierboven kun je dat terugzien. In de posts die veruit het meeste bereik kregen deelde ik namelijk bij uitstek persoonlijke processen, inzichten, en lessen: het waren posts die mijn (potentiële) klanten antwoord geven op de vraag: wie is Tristan?

Ik gaf iets van mijzelf bloot en was kwetsbaar. (Over mijn gedachten over kwetsbaarheid schreef ik meer in mijn blog shitcultuur).

Het resultaat: de persoonlijke posts kregen minstens 3x zo veel bereik, met uitschieters die zelfs bijna 20x hoger waren dan het gemiddelde van een ‘wat ik doe’ post.

Op basis van die inzichten zou ik mensen voor wie personal branding belangrijk is dus sterk aanraden om content te maken die jouw potentiële opdrachtgevers antwoorden geeft op beide vragen.

De Toekomst

Kijkend naar de toekomst zijn er een aantal dingen die ik wil blijven doen.

Als eerste ga ik uiteraard door met content produceren op LinkedIn.

Met de lessen van hierboven in het achterhoofd zal er dus content verschijnen die in het teken staat van ‘top of mind’ blijven voor de diensten die ik lever, maar ook content die meer diepgang heeft en meer laat zien wie ik ben. 

Wel heb ik hier richting het einde van 2022 een kleine aanpassing in gemaakt die me goed bevalt: als ik een post wil schrijven die meer nuance of diepgang vraagt dan het woordenlimiet (of de leesbaarheid) van LinkedIn toelaat, verwijs ik door mijn eigen blog. Daar heb ik dan alle ruimte om de kracht van het onderwerp volledig tot zijn recht te laten komen.

Als tweede ga ik inzetten op een tweede vorm van content. Mijn huidige gedachte is om, naast het schrijven op LinkedIn en mijn blog, ook een podcast te starten. Dat heeft twee redenen:

    1. Frequent met mensen praten helpt mij om ook als dagvoorzitter betere interviews en gesprekken te voeren
    2. Het geeft mij de kans om nóg meer diepgang op te zoeken dan mogelijk is in een LinkedIn- of blogpost

Wel ben ik mij er van bewust dat iedereen en zijn moeder tegenwoordig een podcast lijkt te hebben, dus ik spendeer nog wat tijd aan het onderzoeken wat precies de toegevoegde waarde en positionering zou zijn als ik voor een podcast besluit te gaan.

Als derde ga ik me buigen over het versterken van mijn aanbod en mijn werkwijze. Dit wil ik doen door ‘eigen’ materiaal te ontwikkelen binnen de thema’s persoonlijke ontwikkeling en communicatie, en door mijn skills als trainer en dagvoorzitter authentieker en effectiever te maken. 

Uiteindelijk is natuurlijk de vraag in hoeverre je écht origineel kunt zijn, maar je moet op zijn minst je eigen sausje op andermans gerecht kunnen doen (en credit geven aan de persoon wiens gedachtengoed je inzet!) wil je echt toegevoegde waarde hebben.

Samenvattend

Een jaar geleden begon ik met actief content maken, omdat ik een manier zocht mijn freelance inkomsten naar een leefbaar niveau te doen stijgen. Mijn inkomsten stegen (onder andere hierdoor) met 500%, waardoor ik mij nu volledig kan richten op werken binnen mijn passie.

De content die ik produceerde gaf antwoord op twee belangrijke vragen die er voor zorgden dat ik meer klussen binnen kon halen

    1. Wat doe ik
    2. Wie ben ik

Door frequent content te maken over wat ik deed bleef ik top of mind en werd de kans groter dat mensen aan mij dachten denken wanneer ze mijn dienst nodig hadden. Door frequent content te maken over wie ik was vergrootte ki het vertrouwen dat mensen in mij hadden en onderscheidde ik mij sneller van een ander met dezelfde dienst.

Kijkend naar het komende jaar ga ik ik drie dingen doen. Als eerste ga ik door met het delen van content over wie ik ben en wat ik doe op LinkedIn. Als tweede ga ik inzetten op een tweede bron van content, waarschijnlijk in de vorm van een podcast. Als derde ga ik me buigen over het maken van eigen materiaal en het ontwikkelen van mijn eigen werkwijze.

Over 1 jaar zal ik een terugblik doen op de progressie (hopelijk), wat wel en niet werkte, en wat mijn plannen zijn voor het jaar erna.

PS. Mocht je een vergelijkbare post over netwerken (de andere helft van dit resultaat) interessant vinden? Let me know 🙂

Shitcultuur

Shitcultuur

We zijn meer connected dan ooit, maar meer mensen dan ooit voelen zich somber en alleen. Hoe komt dat? En wat kunnen we er tegen doen?

Door Tristan Hofman

Als professionals zijn we bewust en onbewust continu bezig met het evalueren van onze plek in de professionele hierarchie.

Zien mensen mij als competent? Nemen ze me serieus? Word ik gewaardeerd? Doet mijn werk er toe?

Om het antwoord te vinden op deze vragen halen we informatie uit de verscheidenheid aan informatie die andere mensen ons bewust en onbewust communiceren.

Soms door wat ze letterlijk zeggen. Soms door de manier waarop ze iets zeggen. En soms vind je juist in de ijzige stilte of het gebrek aan directe communicatie het antwoord op die vragen.

En dit alles is helemaal niet gek. Het liefst hebben we natuurlijk dat we worden gezien als slim. Als doordacht. Als sociaal. Als succesvol. Als gelukkig.

Dat voelt fijn, en het is best lekker om je fijn te voelen. Dat verdienen we allemaal, en ik gun het iedereen.

Maar in die behoefte om ons altijd fijn te willen voelen over wie wij (als professional) zijn creëren we, als we niet uitkijken, een situatie waarin we het onszelf en anderen op de lange termijn alleen maar moeilijker maken.

We vergeten dat we in een toevlucht naar het ‘mooie’ het ‘lelijke’ nooit zullen kunnen ontsnappen.

Niemand is zo mooi, succesvol, competent, of intelligent als zij zouden willen zijn.

Aan het einde van de dag zijn we allemaal mens. Hebben we allemaal onze kwalen. Maken we allemaal stomme fouten. En maken we ze vervolgens nog een keer.

En dat is helemaal niet erg.

Toch lijkt de ‘realiteit’ die social media je voorschotelt vaak anders te zijn; andere mensen lijken het altijd beter voor elkaar te hebben dan jij.

Hoe anderen er bij lijken te zitten

De een heeft weer een promotie. De ander heeft een investering opgehaald. Hij komt in het nieuws. En zij gaat internationaal met zijn bedrijf.

Op een normale dag zul je dit misschien wat makkelijker naast je neer leggen.

Zit je minder in je vel, dan kan dit knagen aan je zelfverzekerdheid en mentale welzijn.

Ik denk dat een gebrek aan kwetsbaarheid hieraan ten grondslag ligt.

Vooral op platformen waar mensen zich ‘professioneel’ proberen te profileren zie je dat er vaak een ‘succescultuur’ heerst: we delen alleen de successen, de mijlpalen, en de feestjes.

En wat is het gevolg?

Om te blijven concurreren met al die schijnwerkelijkheden die je om je heen ziet ga jij vervolgens ook vooral (of alleen nog maar) je successen delen, en voelt het steeds minder oké om ook te praten over de shit waar je soms in zit.

Eindstand is dat we met zijn allen in een alternatieve realiteit belanden waar alles zo veel mooier lijkt dan het daadwerkelijk is.

De realiteit- heel normaal, met leuke maar ook minder leuke kanten

Maar die pracht en praal is nooit het hele verhaal.

Bij iedereen gebeurt er een hoop achter de schermen. En misschien wel het meest bij de mensen waarvan je zou denken dat ze het meest ‘succesvol’ zijn.

Misschien slapen ze voor geen meter en zijn ze altijd uitgeput. Handelen ze vanuit onzekerheid en missen ze het vermogen om te genieten van wat ze al hebben. Of ligt hun relatie op de klippen omdat ze altijd maar bezig zijn met werk.

Leven in die schone schijn moeten we met zijn allen niet willen. Het draagt alleen maar bij aan de onzekerheid, isolatie, en het gebrek aan voldoening waar al zo veel mensen mee kampen.

Dus was doe je daar aan?

Je praat over je successen. Maar ook over je flaters. Je laat je talenten zien. Maar legt je valkuilen niet het zwijgen op. Je deelt wanneer je in de lift zit. Maar hebt ook het lef om toe te geven wanneer je in de shit zit.

Met mijn transparantie probeer ik daar een steentje aan bij te dragen, en ik krijg van alle kanten terug dat mensen er ontzettend veel herkenning (en vaak zelfs opluchting) in vinden.

Je bent nooit alleen in je struggles, maar door de manier waarop wij met (professionele) sociale media omgaan zou je denken van wel.

Ik denk dat het belangrijk is dat we met zijn allen de succescultuur ook af en toe wat meer een shitcultuur kunnen laten zijn. Zodat we weer gaan zien wat nou de échte realiteit is. Dat we ons niet meer meten aan een onrealistische standaard.

En dat we met zijn alleen niet alleen maar ‘professionals’, maar vooral gewoon mens zijn.

PS.
Een mooi voorbeeld hiervan is het initiatief Fuckup Nights. Geen mooie verhalen, maar vooral de harde realiteit en de lessen die daar uit ontstonden.

Het Tuintje [3/3]

Het Tuintje [3/3]

Toen ik begon met het schrijven van deze serie was ik nog vooral verbitterd en boos. Gedurende het proces ben ik tot verzoening en vergeving gekomen. In deze blog lees je wat ik heb gedaan om daar te komen.

Door Tristan Hofman

Er was een deel van mijn tuintje dat ik nog niet had geaccepteerd. En die onvolledige acceptatie voedde mijn onzekerheid.

In mijn achterhoofd was ik me constant bewust van het feit dat ik krampachtig vasthield aan wrok richting mijn ouders. Het maakte me ongeduldig en onzeker, en dat sijpelde door in mijn gedachten en mijn gedrag.

In mijn geval ging ik overcompenseren in alle andere facetten van mijn tuintje. Vluchten naar de delen die ik al wél had geaccepteerd of de delen waar het allemaal wat makkelijker tot bloei kwam.

Maar de realiteit was dat ik het échte probleem eigenlijk voor me uit bleef schuiven.

Dat woog zwaar op me, maar eindelijk had ik de moed om het anders te doen.

Gewapend met dat inzicht werd de volgende vraag: hoe ga ik nu verder?

Na veel peinzen, overdenken, en praten kwam ik tot drie stappen.

De eerste stap is onvoorwaardelijk accepteren hoe mijn tuintje er bij ligt. De mooie delen, maar ook de minder mooie delen.

De tweede stap is de wrok richting mijn ouders leren loslaten. Leren om ruimte te maken voor vergeving en bovenal voor dankbaarheid wat ze allemaal wél voor mij hebben betekend.

De derde stap is zelf de verantwoordelijkheid nemen om te investeren in de relatie met mijn ouders.

De stappen die ik heb gezet en van plan ben te zetten leg ik hieronder uit.

En toen?

Allereerst wilde ik mijn gevoelens beter gaan accepteren. Niet meer wegduiken voor het feit dat ik boos, verdrietig, of teleurgesteld kan zijn. De emoties er laten zijn wanneer ik ze voel, en daar niet gelijk ook een oordeel overheen willen knallen.

Zo heb ik in het verleden wel eens van mensen gehoord dat ik heel mooi en doordacht over mijn opvoeding en de lastige relatie met mijn ouders kon praten, maar dat het bijna leek alsof ik de emotionele lading er compleet uit had gesloopt. Alsof ze naar een feitelijke opsomming van gebeurtenissen luisterden, en dat de emoties die gepaard gingen met die situatie daar geen onderdeel meer van waren.

Hier heb ik nog een weg in te gaan, maar de eerste winst is geboekt.

Daarnaast wilde ik, in de acceptatie van die gevoelens, leren om deze gevoelens niet als brandstof te gebruiken voor wrok richting mijn ouders. De gevoelens er wél laten zijn, maar het niét laten afdoen aan het feit dat ik van ze hou en dat ik dankbaar ben voor alle dingen die ze wel voor mij hebben gedaan.

Om daarbij te helpen ben ik weer consistenter gaan mediteren. Dat helpt me om de negatieve gedachtes eerder te herkennen en daarmee de kans kleiner te maken dat het escaleert tot de vormen die het voorheen aan kon nemen.

Ook dit werpt gelukkig zijn vruchten af: ik merk dat het kille gevoel richting mijn ouders steeds warmer wordt, en dat ik steeds meer dankbaarheid vind voor alle dingen die ze voor me hebben gedaan die bijdragen aan de persoon die ik nu ben en het leven dat ik nu heb.

Als laatste vond ik het belangrijk dat ik verantwoordelijkheid ging nemen voor het herstellen van de relatie met mijn ouders.

Om dat te doen heb ik een inventarisatie gemaakt van mijn valkuilen, zwaktes, en tekortkomingen, zowel in de relatie met mijn ouders en voor mij als persoon. Voor elk van deze tekortkomingen heb ik vervolgens omschreven hoe een beter alternatief eruit zou zien, en welke stappen ik kan zetten om daar dichter bij te komen.

En het allerbelangrijkste van allemaal: ik ben mijn ouders gaan betrekken in het proces. 

Ik heb aan hen beiden een brief geschreven waarin ik ze heb uitgelegd hoe ik op de afgelopen tijd terugkijk, welke fouten ik heb gemaakt, wat ik anders wil doen, en waar ik ze allemaal wél dankbaar voor ben. Deze heb ik aan ze overhandigd, en aansluitend hebben we een hele fijne heart-to-heart mogen hebben.

Een gigantische last van mijn schouders (en waarschijnlijk ook van mijn ouders).

[Ironisch genoeg is een van die fouten die ik heb gemaakt dat ik ze niet genoeg in mijn proces betrok voordat ik deze artikelen publiceerde. Het kwam een beetje rauw op hun dak (ondanks dat we in het verleden wel hebben gepraat over de dingen waar ik nog mee zat), en dat had ik absoluut beter kunnen aanpakken.]

Nu ik verder ben in dit proces is de deur voor vergeving, maar vooral ook dankbaarheid eindelijk écht open.

Daarom wil ik delen waar ik mijn ouders dankbaar voor ben.

Mijn vader ben ik dankbaar voor zijn humor en het feit dat mijn eigen gevoel voor humor daardoor ook zo sterk ontwikkeld is. Mensen geven me vaak terug dat ze zo veel met me kunnen lachen, en dat vind ik ontzettend waardevol.

Ook ben ik dankbaar voor zijn taligheid, en hoe scherp zijn begrip van woorden en communicatie is. Het heeft bijgedragen aan mijn eigen communicatieve vaardigheden en dat speelt een grote rol in het feit dat ik nu dagvoorzitter en presentatie trainer mag zijn.

Daarnaast ben ik dankbaar voor de manier waarop hij eindeloos geduld op lijkt te kunnen brengen voor mensen die minder geluk hebben gehad in het leven. Een van mijn grotere valkuilen is mijn ongeduld, dus hij is daarin voor mij een groot voorbeeld.

Mijn moeder ben ik dankbaar voor haar nieuwsgierigheid en openmindedness. De bereidheid om voorbij stigma’s en sociale wenselijkheid te kijken en mensen in in alle vormen en maten te accepteren en verwelkomen vind ik bewonderenswaardig. Omdat ik die mentaliteit mee heb gekregen is ook mijn eigen leven verrijkt met een heel divers scala aan mensen die me altijd blijven prikkelen.

Ook ben ik dankbaar voor haar eeuwige behulpzaamheid, en hoe ze altijd voor mensen klaar staat wanneer ze haar nodig hebben. Niet alleen voor het gezin, maar voor iedereen die hulp nodig had was haar deur altijd open (en vaak genoeg ook letterlijk, als ze onderdak bood aan mensen die hulp nodig hadden om hun plek in de maatschappij weer te vinden).

Daarnaast ben ik dankbaar voor haar creativiteit. Mijn moeder kan duizend keer lasagne maken en geen twee keer zal hij hetzelfde zijn. Recepten doet ze niet aan. Het gaat altijd op gevoel en op basis van de ingrediënten die toevallig nog in huis zijn. De manier waarop ze haar creativiteit in de verschillende gebieden van haar leven toepast laat mij de kracht zien van buiten de kaders denken.

Mijn beide ouders ben ik dankbaar voor het feit dat ik door het vele Engels waar ik aan blootgesteld ben in de opvoeding écht een tweede moedertaal heb. Niet alleen in de professionele context dient dit mij goed, maar ook in mijn persoonlijke leven merk ik dat ik hierdoor met een veel groter scala aan mensen betekenisvolle relaties kan vormen.

Ook de bereidheid die ze altijd hebben gehad om hulp te zoeken als ze er zelf of samen niet uit komen vind ik bijzonder. Het laat me zien wat de kracht is van kwetsbaar durven zijn en en hulp vragen, en hoe belangrijk nederigheid is als je wil groeien als mens, en in je relatie(s).

Daarnaast ben ik ze dankbaar voor het feit dat ze zo’n nuchtere houding hebben gehad richting mijn hemofilie. Eigenlijk was ik altijd vrij om vaak risicovolle sporten te beoefenen, en ze stonden altijd voor mij klaar wanneer het wel mis ging. Dat levert een grote bijdrage aan het feit dat ik vandaag bovengemiddeld fit ben, wat makkelijk heel anders had kunnen zijn.

Er zullen ongetwijfeld nog veel obstakels op mijn pad komen in dit avontuur, maar bovenal ben ik hoopvol en gelukkig door het feit dat ik nu weet dat ik de goede kant op loop, en dat ik eindelijk in mijn hele tuintje kan tuinieren.

Lees hier deel 1
Lees hier deel 2

Het Tuintje [2/3]

Het Tuintje [2/3]

In mijn eerste post schreef ik over het gevoel nooit ‘goed genoeg’ te zijn. In deze post leg ik uit waar dat gevoel vandaan komt, aan de hand van de analogie van het tuintje.

Door Tristan Hofman

Ieder mens krijgt bij zijn/haar geboorte een tuintje: Een unieke plek speciaal voor jou, waar je gedurende je leven iets moois van mag maken.

Niet iedereens tuintje ziet er echter hetzelfde uit. In tegendeel: de verschillen zijn enorm groot.

Zo bepaalt de genetische loterij bijvoorbeeld al voor een groot deel hoe groot het tuintje is waar je mee begint, en wat er wel en niet kan groeien.

Sommige mensen krijgen een lap grond ergens in de Amazone, waar alle factoren zich lenen voor groei en bloei. Andere mensen krijgen een klein stukje land ergens in de steppe, waar het vooral verdord en leeg is.

Het startpunt is ongelijk.

Daarnaast speelt ook opvoeding een grote rol. Zolang jij nog aan het opgroeien bent kun je namelijk nog niet (volledig) voor je eigen tuintje zorgen. Helemaal in het begin dragen je ouders zelfs nog voor 100% die verantwoordelijkheid, en pas naarmate je opgroeit, ouder wordt, en zelf capabeler wordt schuift die verantwoordelijkheid steeds meer naar jou toe.

Net als met de genetische loterij kun je ook hier pech en geluk hebben.

Sommige mensen hebben ouders die zelf al fantastisch konden tuinieren toen ze jou kregen. Die hebben er voor gezorgd dat jouw tuintje gedurende je opvoeding goed is onderhouden en dat het er strak bij ligt wanneer jij de verantwoordelijkheid overneemt.

Andere mensen hebben ouders die jou kregen terwijl ze zelf nog amper konden tuinieren. Misschien waren ze te ziek/zwak/misselijk zijn om voor jouw tuintje te zorgen, of ze hebben de verantwoordelijkheid in zijn geheel ontvlucht.

Deze combinatie van factoren maakt dat het leven in de basis niet ‘eerlijk’ is.

Zowel jouw beginpunt als de zorg die jouw tuintje krijgt gedurende je opvoeding liggen buiten jouw controle.

Het resultaat: sommige mensen krijgen naarmate ze volwassen worden een prachtig tuintje waar al zaadjes zijn geplant en waar een hoop in bloei is. Andere mensen krijgen een tuintje waar onkruid overheerst en waar nog veel aan moet gebeuren.

Als jij wat minder geluk hebt gehad kunnen er sterke gevoelens van onrecht ontstaan.

Kijkend naar de tuintjes om je heen lijkt het er bij anderen altijd beter uit te zien, en buiten jouw invloed om zit je opgescheept met een tuintje waar eigenlijk nog een hoop aan moet gebeuren.

Het kan leiden tot gedachtes en gedrag die je vervolgens alleen maar verder van huis helpen.

Misschien word je boos op je ouders. Verdwijnt je ambitie om iets moois van je tuintje te maken omdat je genen ‘het niet toelaten’. Of heb je het idee dat de wereld je ‘nog wat verschuldigd is’.

Terugkijkend op mijn tienerjaren liep ik heel erg vast in dit soort gedachten. Ik had het gevoel dat ik best wat van de ‘oneerlijke’ doosjes kon afvinken.

Gevoed door negatieve gedachten over hoe ‘oneerlijk’ het allemaal wel niet was verloor ik mezelf toen in gamen en wiet roken, en ik elimineerde tactisch elke gelegenheid voor zelf-reflectie en verantwoordelijkheid. Ik stroomde af van een VWO advies naar de HAVO, en bleef vervolgens op de HAVO ook nog zitten.

Tot ik dus, zoals ik in deel 1 omschreef, een vervelende ervaring kreeg die mij wakker schudde.

Hoe gek het ook klinkt, die situatie maakte dat ik van de één op de andere dag heel anders naar mijn tuintje ben gaan kijken. In plaats van die gevoelens van woede, schaamte en wrok voelde ik ineens een ondertoon van verantwoordelijkheid.

Sinds dat moment voelde ik een drive om zelf te gaan tuinieren. Om alles te weten te komen over hoe mijn tuintje in elkaar zat, welke planten er het beste zouden groeien, en hoe ik het geheel zo mooi mogelijk tot bloei kon laten komen.

Voor het eerst begon ik mijn fysieke gezondheid serieus te nemen. Voor het ging ik mijn kale koppie omarmen. Voor het eerst nam ik verantwoordelijkheid voor het leven waar ik op uit was.

En dat proces heeft zich de afgelopen jaren met veel vallen en opstaan afgespeeld.

Het resultaat is dat mijn tuintje er beter bij ligt dan ooit tevoren, en ik heb enorm veel om dankbaar voor te zijn.

Maar toch, zelfs met alles waar ik dankbaar voor ben, was er altijd nog dat gevoel dat er iets ontbrak.

Dat ik nog niet helemaal goed genoeg was.

Dat zelfde gevoel dat ik had voordat dit hele avontuur begon.

En ik wist zelf niet eens in hoeverre die gedachten mijn gedrag en houding nog vormden.

Dat is pas gekomen omdat dierbare mensen om me heen mij bewust en onbewust een spiegel voorhielden. Een spiegel die mij in mijn volledigheid onthulde, hoe mooi het imago er op LinkedIn of op het podium er ook uit zag.

En de realisatie die ik daar uit haalde was best wel pittig.

Het liet me namelijk zien dat er ergens achter in mijn tuintje, ver verwijderd van de toeristische route, een deel is dat ik had weggestopt en afgesloten. Het is een deel van mijn tuintje waar maar weinig mensen van wisten dat het bestaat. Het is een deel van mijn tuintje waar ik nog geen verantwoordelijkheid voor had genomen.

Het was verlaten, verdord, en onverzorgd.

Het was een deel van mijn tuintje waar ik blijkbaar nog geen vrede mee had gemaakt. Een deel van mijzelf dat ik nog niet had kunnen accepteren.

En het feit dat ik dat nog niet kon doen was olie op het vuur voor mijn onzekere gedachten. Het gaf me angst dat mensen me zouden zien voor ‘wat ik echt was’. Het zorgde ervoor dat ik mensen toch op een bepaalde afstand hield en ze niet de échte Tristan liet zien.

Het maakte me onzeker over mijn tuintje; onzeker over wie ik was.

Een van de dingen die dit zo pijnlijk maakte is dat ik eigenlijk allang wist dat dit zo was. Het was immers mijn tuintje, dus niemand wist beter dan ik zelf dat daar een verwilderd en vervallen stuk tuin was dat al jaren smeekte om aandacht.

Maar toch had ik het vermeden.

Al mijn aandacht en inspanningen gingen naar de rest van het tuintje. En achteraf begrijp ik beter waarom. Het was namelijk veel toegankelijker om met die andere delen van het tuintje aan de slag te gaan, en om het weggestopte in verval te laten raken.

Werken aan de rest van het tuintje voelde (en was) vaak productief, maar te vaak was het ook gewoon afleiding.

Jezelf afleiden van het deel dat in verval ligt door te gaan overcompenseren in het deel dat er (inmiddels) wél goed bij ligt.

En in die toevlucht naar het mooie was het me bijna gelukt om het lelijke te vergeten.

Maar ik ben er nu achter dat er één deel van mijn tuintje is dat ik toen nog niet kon accepteren:

De invloed van mijn ouders.

Er gingen een hoop dingen goed, en daar werd ik ze steeds meer dankbaar voor.

Zo hadden ze altijd een hele rustige en weloverwogen houding richting mijn hemofilie. Ik mocht altijd meedraaien met alle andere kinderen, en mocht ik dan wel in de kreukels komen te liggen stonden ze direct paraat. Ook leerde ik veel van ze over het bouwen van bruggen met mensen die anders zijn dan jij. Van vluchtelingen tot kerkgangers, van daklozen tot ondernemers: de deur was altijd open, en er was altijd ruimte voor een gesprek.

Maar er gingen ook een hoop dingen minder goed, en de pijnlijke realisatie is dat ik dat nog niet kon loslaten.

We hebben jarenlang conflicten gehad over de kerk en het geloof, waarin ik me ongehoord en onbegrepen voelde en het idee kreeg dat ik ‘maar te luisteren had’. Ook voelde ik weinig ondersteuning in mijn passie en interesses- ik was een slim en leergierig kind, maar met die potentie is in mijn beleving weinig gedaan.

Met andere woorden; net als alle andere mensen heb ik een opvoeding gehad waar dingen goed, maar soms ook minder gingen.

Maar ik leerde dat er iets diep in mij zat dat ze die dingen nog heel actief kwalijk nam.

Een stuk dat nog boos en verdrietig was over hoe het (niet) ging.

Hoe erg ik ook dacht dat ik mijn tuintje had geaccepteerd, ik had de menselijke tekortkomingen van mijn ouders nog niet vergeven. 

Ik voelde vooral wrok en woede richting mijn ouders. Laat staan dat ik ze kon zien als gewone mensen, of dat ik ze zou kunnen vergeven.

Maar je voelt hem al aankomen:

Het is precies die acceptatie en vergeving die ik nodig had om mezelf volledig te kunnen omarmen. Om die relatie met mijn ouders te kunnen helen. Om dat verlaten stukje van mijn tuintje er ook éindelijk te laten zijn.

Maar zo makkelijk als het klinkt, zo lastig is dat in de praktijk gebleken.

Sterker nog: Het is fucking pijnlijk.

Want het is niet eerlijk.

En het is niet mijn schuld.

Maar het is wel mijn verantwoordelijkheid.

En ik zag eindelijk in dat ik die moest pakken.

Het werd tijd dat ik leerde accepteren, vergeven, en dat ik verantwoordelijkheid nam voor dat deel van mijn tuintje.

In het volgende deel beschrijf ik wat ik heb gedaan om dit proces in gang te zetten, en wat mijn plannen zijn voor de toekomst.

Lees hier deel 1
Lees hier deel 3 

Het Tuintje [1/3]

Het Tuintje [1/3]

Persoonlijke ontwikkeling is mijn passie. De afgelopen jaren ben ik hier veel mee bezig geweest. En hoewel mijn leven er inmiddels compleet anders uit ziet dan toen ik er mee begon, voel ik nog steeds diezelfde onzekerheid waar ik van dacht te kunnen vluchten.

Hoe kan dit?

Door Tristan Hofman

De Wim Hof Methode, mindfulness, gewoontes, mindset, flow, en nog veel meer: het zijn allemaal zaken die ongetwijfeld voorbij komen wanneer je aan de slag gaat met persoonlijke ontwikkeling.

Er bestaat een wereld aan tools en middelen die zijn bedacht door mensen veel slimmer dan jij en ik die je kunnen helpen om meer uit jezelf te halen. Om meer in balans te leven. Om betekenis te vinden in je werk.

; Om je potentie te leren benutten.

Zeven jaar geleden zette ik voor het eerst een stap in deze wereld.

En dat was niet zonder reden.

De wake-up call

De jaren daarvoor had ik namelijk in een diepe put doorgebracht. Een combinatie van gezondheidsproblemen, een pijnlijke thuissituatie, en sociale isolatie maakten dat ik -zo begreep ik achteraf van een therapeut- lange tijd depressief was.

Onzekerheid en gevoelens van angst beheersten mijn wereld.

Ik vond mijn heil in overmatig gamen en wiet roken, omdat het me in staat stelde om te kunnen vluchten van mijn ongelukkigheid.

Tot ik op een anderszins doodnormale dinsdag een ervaring kreeg die me wakker schudde.

Mijn wietgebruik lag in die tijd erg hoog, en ik had er eigenlijk nooit eerder een slechte ervaring mee gehad. Tot ik op die bewuste dinsdag een ‘smooth brain’ momentje van overmoedigheid had waar ik de rest van die middag uiteindelijk aardig mee zou verzaken.

Ik besloot namelijk dat het wel een goed idee zou zijn om de laatste restjes wiet uit het zakje gewoon droog in mijn mond te gooien. Niet in een jointje (zoals een normale stoner), maar gewoon ‘hap, slik, weg’.

Voor zij die dit niet weten kan ik verklappen dat dit geen geweldig idee is.

Naast het feit dat ik na een kleine 20 minuten letterlijk groen aantrok en elke beweging voelde alsof ik er grandioos van over mijn nek zou gaan, was de mentale reis op dat moment niet bepaald een ritje in de Droomvlucht.

Uit het archief opgedoken- een foto van het moment zelf

Ik ervoer een ‘bad trip’.

Keer op keer ging door mijn hoofd: ‘waarom doe ik dit’, ‘is dit nou mijn leven?’, ‘ik wil dit niet’, ‘ik wil dit niet’, ‘ik wil dit niet’.

Een uurtje of twee hield dit aan. De buitenwereld zich niet bewust van wat er allemaal in mijn hoofd omging. Maar van binnen gebeurde iets wat uiteindelijk de basis zou vormen voor een kantelpunt in mijn leven.

Het geheel genoot een spectaculaire ontknoping toen ik mijn maaginhoud teruggaf aan de natuur (wat perfect getimed bleek op de ‘drop’ van een nummer van Skrillex, aldus de mensen die naast de speaker stonden te wachten tot ik weer op zou knappen. Toch een soort van troost?).

Verslagen en nog redelijk beroerd ging ik uiteindelijk terug naar huis.

Nog tot op de dag van vandaag zie ik mezelf die dinsdagavond thuis onder de douche staan. Normaal had ik muziek geluisterd, maar op dat moment had ik de mentale ruimte nodig die alleen stilte kan geven.

Overkomen door introspectie kon ik alleen maar denken: jongen, dit moet anders.

Alsof het uit een script van een cheesy film kwam besloot ik toen, in die nét iets te krappe douchecabine, dat ik het heft in eigen handen ging nemen.

Als ik wilde dat mijn leven beter werd, was er maar één persoon die ik daar verantwoordelijk voor kon houden: 

Mark Rutte.

Geintje natuurlijk.

Het inzicht

Ik zag voor het eerst in dat die verantwoordelijkheid nergens anders lag dan bij mijzelf, en zo volgde in de zeven jaren daarna een waanzinnige symfonie aan interventies, inspanningen, en experimenten om mezelf ‘beter’ te maken.

Ik verslond boeken, luisterde allerlei podcasts, volgde ijverig alle ‘productivity hacks’ die ik kon vinden, en vormde mijn mindset en gedrag naar de adviezen van experts in de self-help industrie.

En dit alles heeft absoluut zijn vruchten afgeworpen. Vandaag de dag heb ik meer in mijn leven om trots op te zijn dan ooit tevoren.

Mijn werk is mijn passie. Ik ben omringd door prachtige mensen. En ik ben gezonder dan ooit.

Maar toch, na al die inspanning, heb ik altijd het gevoel gehouden dat er iets ontbreekt. Dat ik nooit echt ‘beter’ werd.

Een reeks aan pittige gesprekken met mensen die me dierbaar zijn gaven me hierover een aantal belangrijke inzichten:

    1. Die onzekerheid van vroeger zit er nog steeds
    2. Het vormt me nog meer dan ik eigenlijk wil toegeven
    3. Ik doe mezelf maar ook anderen hierdoor enorm tekort

Zo sijpelt het door in mijn relatie, en zorgt het er voor dat ik vaker dan ik wil toegeven handel vanuit mijn eigen compensatiedrang dan vanuit liefde voor mijn partner.

Ook écht rusten vind ik lastig, omdat het er toe leidt dat ik nog vaak geconfronteerd word met het stemmetje in mijn hoofd dat van me verwacht dat ik eigenlijk ‘productief’ zou moeten zijn.

En het heeft effect op mijn vriendschappen, omdat ik het lastig vind om mensen echt ‘binnen’ te laten en een connectie te creëren voorbij oppervlakkige gezelligheid.

Hoe kan dat? 

Dat je na al die inspanningen rondom persoonlijke ontwikkelingen nog steeds het gevoel kan krijgen dat je geen meter bent opgeschoten?

Dat je hele leven compleet anders is dan toen, maar dat diezelfde onzekere stem nog steeds vaker dan je lief is je gedachten en gedrag lijkt te kapen?

Een waardevolle analogie heeft me geholpen om dit beter te begrijpen.

Een analogie over het tuintje waar wij allemaal voor moeten zorgen.

Lees hier deel 2
Lees hier deel 3

Waar ik het voor doe

Waar ik het voor doe

Door Tristan Hofman

Ik ben veel bezig met vragen over de ‘zin’ van het (; mijn) leven. Wat vind ik betekenisvol? Hoe leef ik een betekenisvol leven? Hoe zorg ik dat mijn werk betekenisvol is? 

Ik kan er flink over mijmeren.

Ten dele komt dit omdat ik best wat jaren heb ervaren waarin het allemaal vrij betekenisloos voelde, maar het zal vast ook iets te maken hebben met het feit dat ik een Gen Z’er ben die achter alles een grotere missie wil zoeken.

In deze post probeer ik uit te leggen wat ik op dit moment weet over wat ik betekenisvol vind, en hoe dat mijn professionele plannen voor de toekomst vorm geeft.

In andere woorden -om het ook voor de boomer CFO’s begrijpelijk te houden-, wat is mijn visie, missie, en hoe wil ik daar komen?

De Korte Versie

TL;DR:
Mijn ervaring in het onderwijs was kut. Daarom:

Visie: Een onderwijssysteem dat mensen (weer) leert hoe ze hun positieve potentie kunnen realiseren
Missie: Opzetten van- en participeren in ondernemingen en niet-commerciële organisaties die hier een bijdrage aan leveren
Stappenplan:
1. Lucratieve onderwijs-diensten verlenen als freelancer
2. Verdiensten door-investeren in corporate L&D onderneming
3. Verdiensten uit punt 2 door-investeren in innovatieve onderneming(en) in het primair, voortgezet en hoger onderwijs

De Lange Versie

Geschiedenis van onderwijs

De eerste formele onderwijsinstituties ontstonden rond 2000 BC in India en Azië. In het westen zijn de eerste sporen terug te traceren tot 400BC. Het was bij uitstek een privilege voor de elite en aristocraten om zich voor te bereiden op belangrijke rollen die ze zouden vervullen in de maatschappij.

Het Gurukul systeem is een millennia oude onderwijsvorm uit India

In het Westen ontstond rond het jaar 1100 de eerste instituties die gelijkenissen vertoonden met wat wij vandaag kennen als ‘Universiteiten’. De naam Universiteit stamt van het Latijnse universitas magistrorum et scholarium, wat grofweg vertaald kan worden als ‘gemeenschap van onderwijzers en geleerden’.

Echter, de onderwijsinstituties zoals wij ze nu kennen zijn pas gevormd onder druk van de industriële revolutie, die zijn opmars maakte rond de 18e eeuw. Vanuit de nieuwe industriële organisaties ontstond een sterke vraag naar geletterde werknemers, en de onderwijsinstituties werden de aangewezen partij om deze mensen voort te brengen.

Dit leidde ertoe dat het onderwijs in een stroomversnelling kwam van democratisering; meer mensen dan ooit kregen toegang tot haar faciliteiten.

Sinds de industriële revolutie bestaat de rol van onderwijs in de maatschappij hiermee voor een aanzienlijk deel uit het opleiden van de bevolking tot productieve leden van deze maatschappij.

Leden van de maatschappij die waarde konden creëren door hun werk in organisaties.

Tot relatief recent heeft het onderwijs deze rol uitstekend vervult, en het was een belangrijk component van de astronomische groei in welvaart en welzijn die het westen in de afgelopen eeuwen heeft meegemaakt.

Toch zal het velen niet onopgemerkt zijn gegaan dat onze huidige onderwijsinstituties tegen diverse frictiepunten aanloopt.

En als wij kijken naar de veranderingen die onze maatschappij de afgelopen decennia heeft doorgaan is dit eigenlijk ook niet gek.

Onze maatschappij staat namelijk midden in een nieuwe revolutie: de technologische revolutie.

Ik kon ff geen beter plaatje vinden dus hierbij het derde zoekresultaat uit Google

De problemen met onderwijs

Deze revolutie zorgt voor drastische veranderingen in de manier waarop informatie wordt opgeslagen en uitgewisseld, onder andere gevoed door de komst van het internet en de vele tools die zich op basis van het internet hebben ontwikkeld.

Temidden van deze ongekend snelle revolutie zien we steeds meer tekortkomingen van het onderwijs.

Zo is bijvoorbeeld in groeiende mate duidelijk dat ons huidige onderwijs mensen in veel gevallen niet meer goed klaarstoomt op wat zich afspeelt in de markt. Gekscherend wordt wel eens gesteld dat hoe ‘hoger’ iemand geschoold is, hoe minder praktische inzetbaar deze persoon is (’laag’ geschoolden hebben dit probleem zelden).

In onze nieuwe kenniseconomie is dit terug te zien in de groeiende ‘skills gap’, ofwel de kloof tussen de competenties die een organisatie nodig heeft om de kans op haar voortbestaan te vergroten en de competenties die een recent afgestudeerde werknemer bezit. Bedrijven geven daarom vele miljarden uit aan learning & development (L&D). Zo zijn de L&D uitgaven van bedrijven enkel in de US al $140 miljard per jaar.

Daarnaast zien we dat onderwijsinstellingen in zeer beperkte mate gebruik maken van innovaties die ingezet kunnen worden voor personalisatie van het onderwijs, en we zien dat veelal gebruik wordt gemaakt van gedateerde lesvormen die 21e eeuwse studenten niet geëngageerd houden.

Dit moet toch beter kunnen?

Het stoffige ‘college’ spant bijvoorbeeld nog vaak de kroon, waar ik de minpunten waarschijnlijk niet van hoef uit te leggen (pluspunt is dat het wel een goede manier kan zijn om wat gemiste slaap in te halen).

En dan is er ook de buitensporige mate van bureaucratisering en standaardisering. Elke student die zich nét buiten de gebaande paden wil ontwikkelen zal tegen de rigiditeit van onze onderwijsinstituties zijn aangelopen. Iedereen volgt het zelfde (vaak gedateerde) curriculum, en pro-activiteit van een student loont enkel wanneer het past binnen de opgestelde regels, voorschriften, en richtlijnen.

Kortom: het onderwijs staat voor een nieuwe revolutie, en ze zal moeten veranderen als ze een waardevolle rol in de maatschappij wil behouden.

Waarom ik dit probleem betekenisvol vind

Ik hoor je al denken: “bedankt voor deze ongevraagde geschiedenis-les, maar waarom vind JIJ dit een betekenisvol probleem?”

En dat is een terecht punt. Er zijn immers genoeg problemen in de wereld waar ik een vergelijkbaar (en ook een nog veel langer) epistel aan zou kunnen wijden.

Maar er zijn verschillende redenen dat de problemen in het onderwijs me zo aangaan. En, waarschijnlijk niet geheel onverwachts, komt het vooral neer op het feit dat mijn eigen ervaring in het onderwijs zacht gezegd sub-optimaal was.

Allereerst, de ondersteuning sloot niet aan op mijn behoeften. Op de basisschool werd bijvoorbeeld al vrij snel duidelijk dat ik een nieuwsgierig en gedreven kind was. Dit uitte zich vooral in het feit dat de reguliere lesstof niet (leuk) genoeg was om te voorkomen dat ik vervelend ging doen.

Wat me op dat moment had geholpen was wat meer ruimte om mijn nieuwsgierigheid de vrije loop te laten gaan. Gewoon lekker (met begeleiding waar nodig) kunnen om klooien zodat ik me verder kon ontwikkelen binnen domeinen die ik zelf interessant vond.

Maar, dat was niet het geval. De oplossing die me werd voorgeschoteld was deelname aan de plusklas, wat eigenlijk niets meer is dan extra lesstof met betere branding.

En ook op de middelbare liep ik tegen hetzelfde probleem aan. Weer werd ik een plusklas in gebonjourd, waar ik de royale vrijheid had om te kiezen of ik dan een verslag over ofwel de Grieken ofwel de Romeinen wilde schrijven. How about allebei niet?!

Ten tweede, hoewel de theorie ook boeiend is, miste ik in de stof die me in het hoger onderwijs werd voorgeschoteld vaak de connectie met de praktijk; De concrete waarde van hetgeen waar ik zo veel over zou moeten lezen. En dan kun je zeggen: “dan moet je geen WO-opleiding doen”, maar we kunnen hopelijk allemaal inzien dat dit in onze maatschappij niet het logische pad is.

Omdat ik geboren ben met een brein dat (wonderlijk genoeg) wetenschappelijke papers kan lezen en begrijpen zónder mezelf direct van kant te willen maken is het eigenlijk not-done zijn als ik niet op z’n minst een WO bachelor zou halen.

Maar na een bachelor en een master te hebben gedaan kan ik zeggen dat het echt schrikbarend weinig heeft bijgedragen aan mijn vermogen om een productief lid van de maatschappij te zijn. Dat vermogen heb ik voor het meerendeel ontwikkeld omdat ik eigenwijs en gefrustreerd genoeg was om naast mijn opleiding van alles te doen (zoals ondernemen). Pas toen ik mezelf en mijn nieuwsgierigheid los liet op de realiteit buiten de studiebanken leerde ik hoe de realiteit in elkaar stak, en zag ik welke dingen praktische waarde hadden.

Ten derde, en deze is minder ‘rationeel’, heb ik me altijd waanzinnig onbegrepen gevoeld. Het voelde vaak alsof mijn nieuwsgierigheid, interesses, pro-activiteit, en ambitie vooral een hoofdpijndossier waren voor de overwerkte docenten die ik vroeg of ze met mij mee konden denken (waar haal ik het lef vandaan!)

Het systeem was gemaakt om als een machine gestandaardiseerde output uit te poepen, maar ik en mijn eigenaardigheden paste vaak niet (en wilde ook niet passen) in de mallen waar ze me in probeerden te duwen.

Gelukkig staat me ook nog een docent bij die me wel begreep en die altijd voor/met mij geknokt heeft. Daarvoor een kleine shoutout naar Mevr. Hooghordel.

Ik kan nog verder uitweiden met allerlei anekdotes waarin duidelijk wordt dat mijn ervaring met het onderwijs niet helemaal was wat ik er van hoopte, maar ik denk dat dat ten overvloede zou zijn.

De kern is in ieder geval: omdat ik zelf zo goed weet hoe erg het onderwijs de plank mis kan slaan, wil ik er alles aan doen om te voorkomen dat het systeem blijft werken zoals het doet.

Hoe ik dit wil aanpakken leg ik hieronder uit.

Het stappenplan

    1. Verleen lucratieve (onderwijzende) diensten als freelancer

      Om (grootschalige) verandering teweeg te brengen zijn veel middelen nodig. Ten dele zijn dit fysieke middelen zoals geld, technologie, en/of ruimte. Maar dit zijn ook immateriële middelen zoals kennis, connecties, en competenties.

      Om deze middelen te vergaren zal ik in de eerste fase diensten leveren die lucratieve en relevante opbrengsten genereren voor zowel de materiële als immateriële middelen die nodig zijn om succesvol een onderwijs onderneming op te zetten.

      De focus zal hierbij liggen op de onderwijzende rollen van spreker, trainer, en coach. Hiernaast zal ik ook actief zijn als dagvoorzitter om mijn communicatieve vaardigheden scherp en actueel te houden.

      De opbrengsten die hieruit ontstaan zullen uiteraard worden benut om er voor te zorgen dat (mijn toekomstige gezin en) ik een kansrijk leven kunnen leiden. Mijn insteek is echter niet om de opbrengsten te verzamelen voor persoonlijke consumptie (looking at you, Sywert).

      In tegendeel: het streven is om mijn leeflasten tot een redelijk punt te beperken, zodat alles daarboven kan worden (door) geïnvesteerd in het opzetten en ontwikkelen van de eerste onderneming. Kortom: I’ll keep my chips on the table.

    2. Gebruik verdiensten om lucratieve dienstverlenende onderneming op te zetten in corporate L&D

      De eerste onderneming zal zich als dienstverlener vestigen in de corporate L&D sector- een lucratieve sector waar met lage financiële overhead significante geldstromen aangeboord kunnen worden.

      Dit zal worden gedaan vanuit een ‘blended learning’ aanpak, waar fysieke lesvormen en digitale lesvormen elkaar afwisselen en versterken. Zo zullen er trainingen en langere leerlijnen worden aangeboden op basis van de 21st century skills die organisaties nodig hebben om het personeel te kunnen laten floreren.

      Hiernaast kunnen ook consultancy diensten worden verleend. Organisaties ontvangen dan data-gedreven sturing op zaken die zich op hogere niveau’s afspelen dan het onderwijs zelf, zoals beleid, organisational design en cultuur.

      Naast het feit dat de fysieke opbrengsten van deze onderneming omvangrijk kunnen zijn, leent het zich uitstekend voor het ontwikkelen van de immateriële middelen die nodig zijn om onderwijs te veranderen.

      Om succesvol te zijn zal bijvoorbeeld doortastende expertise ontwikkeld moeten worden binnen de onderwijswetenschappen, zullen sterke relaties gevormd moeten worden met belangrijke stakeholders, en zal de onderneming haar klanten het meeste waarde moeten bieden.

      De opbrengsten die uit deze onderneming voortkomen zullen, net zoals in stap 2, door geïnvesteerd worden.

    3. Gebruik die verdiensten om een schaalbare onderneming(en) op te zetten in het primair-, voortgezet-, en hoger onderwijs

      Eer gebiedt te zeggen dat deze fase nog het minst duidelijk is, voornamelijk omdat het zich het verst in de toekomst bevindt (en ik het best lastig vind om de toekomst te voorspellen).

      Zoals ik het nu zie zal de focus in deze fase in ieder geval ten dele liggen op het implementeren van de ‘best practices’ vanuit de corporate L&D sector.

Er zijn een aantal aannames die me tot het bovenstaande stappenplan hebben gebracht.

Deze aannames zijn:

    1. Het onderwijs is door de hoge mate van bureaucratie geen goede ‘early adopter’ voor de verandering die teweeggebracht moet worden, waardoor ‘proof of concept’ en significant draagvlak eerst gehaald moet worden op een plek die welwillender is tegenover onderwijs-innovatie
    2. De corporate L&D sector is (o.a. door de groeiende skills gap) zeer bereid om te investeren in effectieve nieuwe onderwijsvormen voor het personeel
    3. De corporate L&D sector is van dusdanige omvang dat het vanuit een voorbeeldfunctie genoeg draagvlak kan creëren binnen onderwijsinstituties voor de benodigde verandering
    4. De corporate L&D sector is een goede sector om de middelen te vergaren die nodig zijn om grootschalige verandering teweeg te brengen (die waarschijnlijk in het begin meer zal kosten dan het oplevert)

Als ik nieuwe lessen leer die deze aannames aanpassen zal logischerwijs mijn planning er ook anders uit gaat zien.

Maar voor nu ben ik hier wel even zoet mee.

Hoe schrijf je een killer elevator pitch?

Hoe schrijf je een killer elevator pitch?

Een elevator pitch schrijven kan lastig zijn: je hebt maar één moment waarop het moet gebeuren, en vaak duurt het maar een paar minuten. Hoe zorg je dan dat je een pitch schrijft waar je je publiek mee omver blaast?

Door Tristan Hofman

Hoe schrijf je een goede pitch? Wat moet er in zitten, en wat is overbodig? En als ik maar beperkt de tijd heb om te praten, hoe zorg ik dan dat ik geen belangrijke dingen oversla? Dit zijn allemaal relevante vragen die je jezelf zult stellen wanneer jij moet pitchen. 

Maar, niet getreurd, want er is namelijk een tool die jou kan helpen bij het schrijven van je pitch en die er voor zorgt dat de kernpunten altijd aan bod komen.

Vandaag gaan we het namelijk hebben over het pitch canvas. Dit canvas omvat de belangrijkste elementen van een pitch en zorgt er voor dat jij met een goed verhaal voor de dag komt. In dit artikel leg ik de onderdelen van het canvas uit en vul ik hem in door mijn eigen onderneming GaiaFood als voorbeeld te gebruiken.

In het canvas hierboven zie je de belangrijkste onderdelen van een goede pitch; 5 onderdelen over je business case, 1 over het team en als slot een call 2 action. Wanneer mogelijk kun je hier ook nog de onderdelen tractie en funding aan toevoegen, maar dit is alleen mogelijk als je al met je onderneming begonnen bent. Laten we de stappen los doornemen en kijken hoe het model wordt ingevuld voor GaiaFood.

Stap 1: Het Probleem

Een val waar veel mensen in trappen is dat ze direct beginnen met de oplossing die ze hebben ontwikkeld. Doe dit niet! Hoewel jij als ondernemer waarschijnlijk als geen ander weet wat het probleem is, moet je er van uit gaan dat je publiek geen flauw benul heeft wat het probleem is dat je probeert op te lossen. Begin daarom altijd met het uitleggen van het probleem, op een pakkende manier.

Voorbeeld GaiaFood: In 2050 zijn er 10.000.000 mensen. Om al die mensen te voeden moeten we 50% meer voedsel produceren. Onze huidige voedselsystemen kunnen dat gat niet overbruggen.

Je ziet dat er een helder probleem is geschetst, wat de basis vormt voor de rest van je pitch. We gaan dan door naar de oplossing.

Stap 2: De Oplossing

De oplossing is hetgeen dat het probleem dat je net hebt omschreven, logischerwijs, gaat oplossen. Hier hoef je nog niet je hele businesscase uit te leggen, maar kun je een ideaalbeeld schetsen van hoe een oplossing er uit zou kunnen zien. In het geval van GaiaFood is de oplossing:

Insecten gebruiken als bestanddeel in voedingsproducten om zo te zorgen dat we de groeiende wereldbevolking kunnen blijven voeden.

De oplossing moet een idee geven van wat het bedrijf doet, maar hoeft dus nog niet alle details te laten zien. Dit doe je in de volgende stappen.

Stap 3: Het Product/De Dienst

In deze stap ga je specifieker in op wat het precies is dat jouw bedrijf doet of gaat doen. Je legt uit welk product of welke dienst je maakt, waarbij natuurlijk duidelijk moet worden dat dit nogsteeds de oplossing is voor het probleem uit stap 1.

Voor GaiaFood ziet dat er als volgt uit:

GaiaFood gaat heerlijke voeding maken op basis van insecten, beginnend met een eiwitpoeder gericht op sporters. Het assortiment zullen we uitbreiden met repen en op den duur ook een lijn vleesvervangers.

In stap twee vertelden we wat de oplossing was, in deze stap heb je verteld hoe je die oplossing concreet vorm gaat geven. Heb je dat gedaan, dan kun je door naar stap 4.

Stap 4: Unique Selling Point; USP

In stap vier ga je een belangrijke vraag beantwoorden: hoe ben jij anders dan de rest? Je kunt namelijk nog zo’n goed idee hebben, maar als jij niet een uniek voordeel hebt ten opzichte van anderen kan het betekenen dat je bedrijfsidee makkelijk gekopieerd kan worden en dat mensen daarom niet in je willen investeren.

Voor GaiaFood zag dit er als volgt uit:

GaiaFood heeft in-house expertise op het gebied van productontwikkeling en marketing waardoor we de producten in rap tempo kunnen afstemmen op marktvraag. Ook hebben we voordelige relaties met leveranciers waardoor we goedkoper kunnen leveren dan concurrenten.

In dit stuk laat je dus zien waarom iemand in jou zou moeten investeren als er nog iemand was met hetzelfde idee; wat jij hebt (of kunt krijgen) dat een ander niet heeft.

Hierna kun je door naar stap 5.

Stap 5: Verdienmodel

In stap 5 ga je een stap uitleggen die voor velen het meest interessant is: valt er ook wat te verdienen, en zo ja, hoe ga je dat dan doen?

Je kunt een geweldig idee hebben dat een gigantisch probleem kan oplossen, maar als er geen economisch draagvlak voor is schiet dit natuurlijk nogsteeds niet veel op. Je moet in een pitch daarom helder maken hoe er geld verdiend gaat worden met jouw bedrijf.

Voor GaiaFood zag dit er als volgt uit.

GaiaFood opent haar eigen webshop waarop de producten door consumenten direct kunnen worden gekocht tegen een prijs van €26,90 voor 500gram. Zowel op het eiwitpoeder als de andere producten richten we op een marge van 40% om te investeren in marketing en groei.

Op deze manier haal je al gelijk een hoop vragen weg bij de zakelijke juryleden die je ongetwijfeld zult tegenkomen.

Nu kun je door naar stap 6.

Stap 6: Het Team

Stap 6 gaat over het team achter het bedrijf. Jouw business case uitleggen is namelijk lang niet het hele verhaal. Met name in de vroege fases van het ondernemen gaan mensen namelijk ook veel geven om de mensen achter het bedrijf: waarom wil jij of willen jullie dit doen? wie gaat wat doen? Waarom zouden we vertrouwen moeten hebben in jullie?

Voor GaiaFood zag dit er als volgt uit:

Wij willen dit doen omdat we geloven dat voedsel eten op basis van insecten een integraal onderdeel moet worden van het Westerse dieet. We hebben daarom een team met 3 founders waarvan #1 marketing zal doen, #2 productontwikkeling en #3 operationele zaken.

Als je beginnend ondernemer bent is het lastig om je track record erbij te halen. Wat je wel kunt doen is een andere prestatie noemen die je hebt geleverd, als blijk van je karakater en doorzettingsvermogen. Zo hebben we bij GaiaFood vaak genoemd dat we samen een Iron Viking hadden gelopen, ofwel een marathon met 120 obstakels. Zo wek je vertrouwen bij je publiek dat jij het voor elkaar kunt krijgen.

Stap 7: Call 2 Action

Last but not least: wat WIL je precies van jouw publiek? wil je een investering? Nieuwe klanten? Een nieuw teamlid? De hoofdprijs winnen? Maak duidelijk waar je naar op zoek bent, pas dan kunnen mensen helpen.

Bij GaiaFood kozen we afhankelijk van het publiek een andere call2action. Als het potentiele klanten zijn vragen we of ze het willen proberen, als het investeerders zijn leggen we onze financieringsbehoefte uit. Kijk dus naar het publiek waar je voor moet pitchen en stem je Call2Action daar op af.

Voor de meeste mensen die dit kijken zullen deze vier punten voldoende zijn. Mocht je nu al verder zijn in je onderneming zijn er echter twee onderdelen die je ook nog mee kunt nemen om je business verder te onderbouwen. Dat zijn je tractie en je funding.

Bij je tractie ga je in op de successsen die je al behaald hebt. Hoeveel klanten heb je? Hoe snel groei je? Hoeveel nieuwe producten heb je gemaakt?

Bij funding ga je in op je financiering en de mogelijke behoefte die je hebt: hoe heb je het tot nu toe bekostigd? Heb je geld nodig? En zo ja, hoe veel?

Mochten deze punten voor jou relevant zijn, buig je hier dan zeker ook nog over.

Conclusie

Een pitch schrijven is knap lastig, maar kan een stuk makkelijker gemaakt worden als je gebruik maakt van het Pitch Canvas. De 7 stappen helpen je om structuur te geven aan je verhaal en er voor te zorgen dat alle belangrijke zaken aan bod komen.