Waar ik het voor doe

Ik ben veel bezig met vragen over de ‘zin’ van het (; mijn) leven. Wat vind ik betekenisvol? Hoe leef ik een betekenisvol leven? Hoe zorg ik dat mijn werk betekenisvol is? 

Ik kan er flink over mijmeren.

Ten dele komt dit omdat ik best wat jaren heb ervaren waarin het allemaal vrij betekenisloos voelde, maar het zal vast ook iets te maken hebben met het feit dat ik een Gen Z’er ben die achter alles een grotere missie wil zoeken.

In deze post probeer ik uit te leggen wat ik op dit moment weet over wat ik betekenisvol vind, en hoe dat mijn professionele plannen voor de toekomst vorm geeft.

In andere woorden -om het ook voor de boomer CFO’s begrijpelijk te houden-, wat is mijn visie, missie, en hoe wil ik daar komen?

De Korte Versie

TL;DR:
Mijn ervaring in het onderwijs was kut. Daarom:

Visie: Een onderwijssysteem dat mensen (weer) leert hoe ze hun positieve potentie kunnen realiseren
Missie: Opzetten van- en participeren in ondernemingen en niet-commerciële organisaties die hier een bijdrage aan leveren
Stappenplan:
1. Lucratieve onderwijs-diensten verlenen als freelancer
2. Verdiensten door-investeren in corporate L&D onderneming
3. Verdiensten uit punt 2 door-investeren in innovatieve onderneming(en) in het primair, voortgezet en hoger onderwijs

De Lange Versie

Geschiedenis van onderwijs

De eerste formele onderwijsinstituties ontstonden rond 2000 BC in India en Azië. In het westen zijn de eerste sporen terug te traceren tot 400BC. Het was bij uitstek een privilege voor de elite en aristocraten om zich voor te bereiden op belangrijke rollen die ze zouden vervullen in de maatschappij.

Het Gurukul systeem is een millennia oude onderwijsvorm uit India

In het Westen ontstond rond het jaar 1100 de eerste instituties die gelijkenissen vertoonden met wat wij vandaag kennen als ‘Universiteiten’. De naam Universiteit stamt van het Latijnse universitas magistrorum et scholarium, wat grofweg vertaald kan worden als ‘gemeenschap van onderwijzers en geleerden’.

Echter, de onderwijsinstituties zoals wij ze nu kennen zijn pas gevormd onder druk van de industriële revolutie, die zijn opmars maakte rond de 18e eeuw. Vanuit de nieuwe industriële organisaties ontstond een sterke vraag naar geletterde werknemers, en de onderwijsinstituties werden de aangewezen partij om deze mensen voort te brengen.

Dit leidde ertoe dat het onderwijs in een stroomversnelling kwam van democratisering; meer mensen dan ooit kregen toegang tot haar faciliteiten.

Sinds de industriële revolutie bestaat de rol van onderwijs in de maatschappij hiermee voor een aanzienlijk deel uit het opleiden van de bevolking tot productieve leden van deze maatschappij.

Leden van de maatschappij die waarde konden creëren door hun werk in organisaties.

Tot relatief recent heeft het onderwijs deze rol uitstekend vervult, en het was een belangrijk component van de astronomische groei in welvaart en welzijn die het westen in de afgelopen eeuwen heeft meegemaakt.

Toch zal het velen niet onopgemerkt zijn gegaan dat onze huidige onderwijsinstituties tegen diverse frictiepunten aanloopt.

En als wij kijken naar de veranderingen die onze maatschappij de afgelopen decennia heeft doorgaan is dit eigenlijk ook niet gek.

Onze maatschappij staat namelijk midden in een nieuwe revolutie: de technologische revolutie.

Ik kon ff geen beter plaatje vinden dus hierbij het derde zoekresultaat uit Google

De problemen met onderwijs

Deze revolutie zorgt voor drastische veranderingen in de manier waarop informatie wordt opgeslagen en uitgewisseld, onder andere gevoed door de komst van het internet en de vele tools die zich op basis van het internet hebben ontwikkeld.

Temidden van deze ongekend snelle revolutie zien we steeds meer tekortkomingen van het onderwijs.

Zo is bijvoorbeeld in groeiende mate duidelijk dat ons huidige onderwijs mensen in veel gevallen niet meer goed klaarstoomt op wat zich afspeelt in de markt. Gekscherend wordt wel eens gesteld dat hoe ‘hoger’ iemand geschoold is, hoe minder praktische inzetbaar deze persoon is (’laag’ geschoolden hebben dit probleem zelden).

In onze nieuwe kenniseconomie is dit terug te zien in de groeiende ‘skills gap’, ofwel de kloof tussen de competenties die een organisatie nodig heeft om de kans op haar voortbestaan te vergroten en de competenties die een recent afgestudeerde werknemer bezit. Bedrijven geven daarom vele miljarden uit aan learning & development (L&D). Zo zijn de L&D uitgaven van bedrijven enkel in de US al $140 miljard per jaar.

Daarnaast zien we dat onderwijsinstellingen in zeer beperkte mate gebruik maken van innovaties die ingezet kunnen worden voor personalisatie van het onderwijs, en we zien dat veelal gebruik wordt gemaakt van gedateerde lesvormen die 21e eeuwse studenten niet geëngageerd houden.

Dit moet toch beter kunnen?

Het stoffige ‘college’ spant bijvoorbeeld nog vaak de kroon, waar ik de minpunten waarschijnlijk niet van hoef uit te leggen (pluspunt is dat het wel een goede manier kan zijn om wat gemiste slaap in te halen).

En dan is er ook de buitensporige mate van bureaucratisering en standaardisering. Elke student die zich nét buiten de gebaande paden wil ontwikkelen zal tegen de rigiditeit van onze onderwijsinstituties zijn aangelopen. Iedereen volgt het zelfde (vaak gedateerde) curriculum, en pro-activiteit van een student loont enkel wanneer het past binnen de opgestelde regels, voorschriften, en richtlijnen.

Kortom: het onderwijs staat voor een nieuwe revolutie, en ze zal moeten veranderen als ze een waardevolle rol in de maatschappij wil behouden.

Waarom ik dit probleem betekenisvol vind

Ik hoor je al denken: “bedankt voor deze ongevraagde geschiedenis-les, maar waarom vind JIJ dit een betekenisvol probleem?”

En dat is een terecht punt. Er zijn immers genoeg problemen in de wereld waar ik een vergelijkbaar (en ook een nog veel langer) epistel aan zou kunnen wijden.

Maar er zijn verschillende redenen dat de problemen in het onderwijs me zo aangaan. En, waarschijnlijk niet geheel onverwachts, komt het vooral neer op het feit dat mijn eigen ervaring in het onderwijs zacht gezegd sub-optimaal was.

Allereerst, de ondersteuning sloot niet aan op mijn behoeften. Op de basisschool werd bijvoorbeeld al vrij snel duidelijk dat ik een nieuwsgierig en gedreven kind was. Dit uitte zich vooral in het feit dat de reguliere lesstof niet (leuk) genoeg was om te voorkomen dat ik vervelend ging doen.

Wat me op dat moment had geholpen was wat meer ruimte om mijn nieuwsgierigheid de vrije loop te laten gaan. Gewoon lekker (met begeleiding waar nodig) kunnen om klooien zodat ik me verder kon ontwikkelen binnen domeinen die ik zelf interessant vond.

Maar, dat was niet het geval. De oplossing die me werd voorgeschoteld was deelname aan de plusklas, wat eigenlijk niets meer is dan extra lesstof met betere branding.

En ook op de middelbare liep ik tegen hetzelfde probleem aan. Weer werd ik een plusklas in gebonjourd, waar ik de royale vrijheid had om te kiezen of ik dan een verslag over ofwel de Grieken ofwel de Romeinen wilde schrijven. How about allebei niet?!

Ten tweede, hoewel de theorie ook boeiend is, miste ik in de stof die me in het hoger onderwijs werd voorgeschoteld vaak de connectie met de praktijk; De concrete waarde van hetgeen waar ik zo veel over zou moeten lezen. En dan kun je zeggen: “dan moet je geen WO-opleiding doen”, maar we kunnen hopelijk allemaal inzien dat dit in onze maatschappij niet het logische pad is.

Omdat ik geboren ben met een brein dat (wonderlijk genoeg) wetenschappelijke papers kan lezen en begrijpen zónder mezelf direct van kant te willen maken is het eigenlijk not-done zijn als ik niet op z’n minst een WO bachelor zou halen.

Maar na een bachelor en een master te hebben gedaan kan ik zeggen dat het echt schrikbarend weinig heeft bijgedragen aan mijn vermogen om een productief lid van de maatschappij te zijn. Dat vermogen heb ik voor het meerendeel ontwikkeld omdat ik eigenwijs en gefrustreerd genoeg was om naast mijn opleiding van alles te doen (zoals ondernemen). Pas toen ik mezelf en mijn nieuwsgierigheid los liet op de realiteit buiten de studiebanken leerde ik hoe de realiteit in elkaar stak, en zag ik welke dingen praktische waarde hadden.

Ten derde, en deze is minder ‘rationeel’, heb ik me altijd waanzinnig onbegrepen gevoeld. Het voelde vaak alsof mijn nieuwsgierigheid, interesses, pro-activiteit, en ambitie vooral een hoofdpijndossier waren voor de overwerkte docenten die ik vroeg of ze met mij mee konden denken (waar haal ik het lef vandaan!)

Het systeem was gemaakt om als een machine gestandaardiseerde output uit te poepen, maar ik en mijn eigenaardigheden paste vaak niet (en wilde ook niet passen) in de mallen waar ze me in probeerden te duwen.

Gelukkig staat me ook nog een docent bij die me wel begreep en die altijd voor/met mij geknokt heeft. Daarvoor een kleine shoutout naar Mevr. Hooghordel.

Ik kan nog verder uitweiden met allerlei anekdotes waarin duidelijk wordt dat mijn ervaring met het onderwijs niet helemaal was wat ik er van hoopte, maar ik denk dat dat ten overvloede zou zijn.

De kern is in ieder geval: omdat ik zelf zo goed weet hoe erg het onderwijs de plank mis kan slaan, wil ik er alles aan doen om te voorkomen dat het systeem blijft werken zoals het doet.

Hoe ik dit wil aanpakken leg ik hieronder uit.

Het stappenplan

    1. Verleen lucratieve (onderwijzende) diensten als freelancer

      Om (grootschalige) verandering teweeg te brengen zijn veel middelen nodig. Ten dele zijn dit fysieke middelen zoals geld, technologie, en/of ruimte. Maar dit zijn ook immateriële middelen zoals kennis, connecties, en competenties.

      Om deze middelen te vergaren zal ik in de eerste fase diensten leveren die lucratieve en relevante opbrengsten genereren voor zowel de materiële als immateriële middelen die nodig zijn om succesvol een onderwijs onderneming op te zetten.

      De focus zal hierbij liggen op de onderwijzende rollen van spreker, trainer, en coach. Hiernaast zal ik ook actief zijn als dagvoorzitter om mijn communicatieve vaardigheden scherp en actueel te houden.

      De opbrengsten die hieruit ontstaan zullen uiteraard worden benut om er voor te zorgen dat (mijn toekomstige gezin en) ik een kansrijk leven kunnen leiden. Mijn insteek is echter niet om de opbrengsten te verzamelen voor persoonlijke consumptie (looking at you, Sywert).

      In tegendeel: het streven is om mijn leeflasten tot een redelijk punt te beperken, zodat alles daarboven kan worden (door) geïnvesteerd in het opzetten en ontwikkelen van de eerste onderneming. Kortom: I’ll keep my chips on the table.

    2. Gebruik verdiensten om lucratieve dienstverlenende onderneming op te zetten in corporate L&D

      De eerste onderneming zal zich als dienstverlener vestigen in de corporate L&D sector- een lucratieve sector waar met lage financiële overhead significante geldstromen aangeboord kunnen worden.

      Dit zal worden gedaan vanuit een ‘blended learning’ aanpak, waar fysieke lesvormen en digitale lesvormen elkaar afwisselen en versterken. Zo zullen er trainingen en langere leerlijnen worden aangeboden op basis van de 21st century skills die organisaties nodig hebben om het personeel te kunnen laten floreren.

      Hiernaast kunnen ook consultancy diensten worden verleend. Organisaties ontvangen dan data-gedreven sturing op zaken die zich op hogere niveau’s afspelen dan het onderwijs zelf, zoals beleid, organisational design en cultuur.

      Naast het feit dat de fysieke opbrengsten van deze onderneming omvangrijk kunnen zijn, leent het zich uitstekend voor het ontwikkelen van de immateriële middelen die nodig zijn om onderwijs te veranderen.

      Om succesvol te zijn zal bijvoorbeeld doortastende expertise ontwikkeld moeten worden binnen de onderwijswetenschappen, zullen sterke relaties gevormd moeten worden met belangrijke stakeholders, en zal de onderneming haar klanten het meeste waarde moeten bieden.

      De opbrengsten die uit deze onderneming voortkomen zullen, net zoals in stap 2, door geïnvesteerd worden.

    3. Gebruik die verdiensten om een schaalbare onderneming(en) op te zetten in het primair-, voortgezet-, en hoger onderwijs

      Eer gebiedt te zeggen dat deze fase nog het minst duidelijk is, voornamelijk omdat het zich het verst in de toekomst bevindt (en ik het best lastig vind om de toekomst te voorspellen).

      Zoals ik het nu zie zal de focus in deze fase in ieder geval ten dele liggen op het implementeren van de ‘best practices’ vanuit de corporate L&D sector.

Er zijn een aantal aannames die me tot het bovenstaande stappenplan hebben gebracht.

Deze aannames zijn:

    1. Het onderwijs is door de hoge mate van bureaucratie geen goede ‘early adopter’ voor de verandering die teweeggebracht moet worden, waardoor ‘proof of concept’ en significant draagvlak eerst gehaald moet worden op een plek die welwillender is tegenover onderwijs-innovatie
    2. De corporate L&D sector is (o.a. door de groeiende skills gap) zeer bereid om te investeren in effectieve nieuwe onderwijsvormen voor het personeel
    3. De corporate L&D sector is van dusdanige omvang dat het vanuit een voorbeeldfunctie genoeg draagvlak kan creëren binnen onderwijsinstituties voor de benodigde verandering
    4. De corporate L&D sector is een goede sector om de middelen te vergaren die nodig zijn om grootschalige verandering teweeg te brengen (die waarschijnlijk in het begin meer zal kosten dan het oplevert)

Als ik nieuwe lessen leer die deze aannames aanpassen zal logischerwijs mijn planning er ook anders uit gaat zien.

Maar voor nu ben ik hier wel even zoet mee.